Direct naar hoofdmenu / zoekveld
Home   Organisatie   Brandweerdienst   Geschiedenis   De oorlogjaren 1914-1918

De oorlogjaren 1914-1918

Gewapend korps

Met de Burgerwacht deelde het Pompierskorps de eervolle maar lastige taak om, bij dag en nacht, binnen en buiten de stad, politiedienst en waakzaamheid uit te oefenen. Vanaf het begin der vijandelijkheden werd het daarmee door de burgemeester gelast.

 

Het was de taak van het pompierskorps om al de voorschriften en maatregelen die door de Hogere Overheden genomen werden ten opzichte van personen van vijandelijke nationaliteit, te doen uitvoeren. Ze moesten toezicht houden op hun komen en gaan, hun de bevelen van de Overheden mededelen, in hun woningen huiszoekingen doen, inventaris opmaken van hun inboedel en eventueel hun uitdrijving volgens de regels uitvoeren. Dat alles gebeurde door de bevelhebber van het korps of onder zijn leiding door de officieren en manschappen van het korps.

 

Bij gebeurtenissen die veel volk op de been brachten, bij werkzaamheden of legerverrichtingen van zeker belang werd telkens het pompierskorps verzocht aanwezig te zijn om een oogje in 't zeil te houden en desnoods de regelmatige gang der zaken te verzekeren. Waren er gewichtige boodschappen te verrichten, vertrouwelijke onderrichtingen of bevelen over te brengen, dan deed men meestal beroep op één der leden van het korps. Bij de uitvoering van schikkingen en bevelen van de krijgsoverheid, werd zeer dikwijls de medewerking van het pompierskorps ingeroepen.

 

Een bijzondere zending werd door de Generaal-bevelhebber aan het pompierskorps opgedragen toen de Generale Staf van het Belgische leger zich op het stadhuis van Lier kwam vestigen. De opdracht luidde: "Scherp toezicht houden op alle U onbekende personen, hun doen en laten bestendig en van zeer dichtbij nagaan; alles wat U enigszins verdacht schijnt onmiddellijk aan de legerafdeling bekend maken".

 

Tal van personen werden dan ook door het korps aangehouden en aan de gendarmerie overgeleverd. Wellicht heeft het pompierskorps meer dan eens verdachte lieden belet kwaad te stichten.

 

Het pompierkorps moest bovendien ook nog volgende taken uitvoeren:

  • op bepaalde plaatsen waakdienst waarnemen, zowel bij nacht als bij dag. De militaire overheid zelf hield toezicht op de uitvoering van deze dienst.
  • hulp verlenen bij het opmaken en afleveren van paspoorten
  • orde- en veiligheid verzekeren bij het heen en weer trekken van vluchtelingen en van vreemd vee
  • nachtverblijf en vervolgens onderkomen verschaffen aan de uitwijkelingen die op sommige dagen van Aarschot, Begijnendijk, Schriek, Hulshout, Heist-op-den Berg, Berlaar, enz., bij zwermen in onze stad kwamen binnenvallen. Die mensen werden voorlopig in beschikbare gebouwen of bij de bevolking ondergebracht. Ook werden naamlijsten opgemaakt van de uitwijkelingen die vee meebrachten, met aantekening van alle bijzonderheden die nuttig konden zijn om de dieren ten allen tijde te kunnen terugvinden en herkennen
  • met rekwisitiebons materialen en benodigdheden die door de krijgsoverheid werden opgeëist aan te schaffen en te leveren.
  • de inzameling der wapens tot een goed einde brengen. De bevelhebber van 't Korps deed zijn manschappen in alle woningen, zonder uitzondering, bekend maken "dat alle vuurwapens, van welke aard ook, door hunne bezitters bij de gendarmerie moesten worden ingeleverd". Alleen personen, tot het leger of een ander gewapend korps behorende, mochten vuurwapens in hun bezit houden.

 

Meermaals kwamen ogenblikken van drukke bezigheden en moeilijke toestanden voor. Bijvoorbeeld wanneer de stad volgepropt stak met vluchtelingen, en er dan onverwachts de aankomst werd gemeld van een ganse legerafdeling. Deze legerafdeling keerde terug van de strijd, om binnen de versterkte stelling verademing en rust te zoeken. In deze perioden hadden de pompiers het lastig. De vluchtelingen moesten uitgenodigd, aangespoord en soms zelfs gedwongen worden de plaats te ruimen voor de uitgeputte strijders. De vluchtelingen moesten naar elders overgebracht, soms naar vreemde gemeenten doorgezonden worden. Alles moest er aan gedaan worden om de aankomende soldaten een behoorlijk onderkomen te bezorgen.

 

Een nieuwe en gewichtige taak werd het pompierskorps toevertrouwd toen de stad door de Duitse kanonnen onder vuur werd genomen. Het korps moest dan waken over de veiligheid van de bevolking, ze voor onvoorzichtigheid waarschuwen, op de gevaren opmerkzaam maken en ze moest de geteisterde plaatsen en beschadigde gebouwen doen ontruimen. Het pompierskorps had ook de taak de gekwetsten naar het gasthuis en de doden naar de begraafplaats te begeleiden. Een gevaarvolle zending, waarvan het korps zich met stiptheid en toewijding kweet.


Toen de oorlog uitbrak bestond het Pompierskorps uit 1 luitenant-bevelhebber, 2 onderluitenants, 1 sergeant-foerier, 3 sergeanten, 4 korporaals, 5 hoornblazers en 27 manschappen.

Contactinformatie

Brandweerzone Rivierenland – post Lier

Hoogveldweg 97
2500 Lier
112: dringend alarm (24 uur op 24)
Tel. 03 488 50 00: niet-dringend ala...